|
Wat vooraf ging aan de bouw van deze kerk
Wat vooraf ging aan de bouw van deze kerk
Het huisje van Simon Zijp en Grietje Bommer bij de Wipbrug werd het volgende onderkomen. Daar werd het gezelschap aangevuld met schipper Jacob Deutekom uit Purmerend, wiens schip op dat moment in een vaart bij Dirkshorn stevig vastgevroren in het ijs lag. Deutekom wist wel wat de aarzelende Dirkshorners het best konden doen, namelijk breken met de hervormde kerk. Die weg sloeg men toen in. Op dat moment stonden de banken nog in de grondverf, omdat ze door geldgebrek pas later goed in de verf gezet konden worden. Ds. De Lang preekte er geregeld en catechiseerde er ook. Anderhalve maand later, op 19 maart 1867, werd onder diens leiding de eerste gereformeerde kerkenraad van Dirkshorn in het ambt bevestigd (Pieter Nomes als ouderling en Klaas de Ruiter en Theunis Doekes als diakenen), waarmee de kerk geïnstitueerd was. Tegenstand.Er was in het dorp weerstand tegen de ‘dompers’ van Dirkshorn. Naar later bleek was het Jan Bregman die meerdere keren de ramen van de kerk ingooide. Op last van de burgemeester betaalde hij de hem opgelegde boete aan de kerk. Ondertussen ging Pieter Nomes jarenlang voor in de kerkdiensten, want pas in 1875 trad de eerste predikant aan, en dan ook nog in combinatie met de kerk van Krabbendam. Dat was kandidaat M.H.K. Mol (1850-1929); het waren zijn eerste gemeenten. Hij diende beide kerken tot 1886. Ook zijn opvolger, ds. J.W. Wegchelaer (1855-1911) werd in samenwerking met Krabbendam aangesteld; hij diende Dirkshorn van 1887 tot 1893, toen hij naar Alkmaar vertrok. Ook hij kwam als kandidaat naar Dirkshorn.Opmerkelijk was dat het avondmaal in de combinatietijd om de beurt gezamenlijk in Dirkshorn, Krabbendam en Schagerbrug werd gevierd (de kerk van Schagerbrug werd in 1870 geïnstitueerd maar al in 1911 opgeheven; Schagerbrug droeg als vergoeding voor de kosten van de predikant fl. 75 per jaar bij). De reis naar de kerk viel niet altijd mee, zeker als men op weg naar Schagerbrug of Krabbendam moest. Een deel van de gemeente ging met de boerenwagen, de mannen liepen naar Sint Maartensbrug, waar ze met ‘het trekschuitje van Krabbendam’ verder reisden. ‘Aan boord, op de Grote Sloot op weg naar Schagerbrug, worden uit volle borst psalmen gezongen’. De predikanten tot 1908.De predikanten mochten aanvankelijk dan wel door de drie kerken gezamenlijk beroepen en aangesteld worden, de pastorie kwam in Dirkshorn. Aanvankelijk woonde ds. Mol in ‘het huisje van Dirk de Geus’ naast de kerk, maar later werd besloten voor fl. 6.000 een nieuwe pastorie te bouwen, die een paar honderd meter van de kerk af stond. De catechisaties werden sinds 1877 in een houten schuur (de consistorie) gehouden. Ook werd bij de kerk een paardenstal aan de kerkelijke onroerende goederen toegevoegd, want paard en wagen werd een steeds normaler vervoermiddel voor kerkgangers. Na het vertrek van ds. Mol, waarbij duidelijk werd ‘hoezeer men den scheidenden leeraar lief had’, kwam kandidaat Wegchelaer voor fl. 750 per jaar naar Dirkshorn en Krabbendam. Op 30 oktober 1887 deed hij intrede. Wegchelaer spande zich bijzonder in voor het evangelisatiewerk in de omgeving van Dirkshorn. In die tijd begonnen ook plannen te rijpen om te komen tot de stichting van een christelijke school, maar die werd pas in 1902 gerealiseerd. Daarna was Dirkshorn drie jaar vacant. Gelukkig kon meester Nieuwenhuizen voor fl. 1 per week de kinderen catechisatieles geven (ook mocht hij tijdelijk in de pastorie wonen, als ‘ie tenminste het onkruid in de tuin wiedde). Amsterdam of Kampen?In 1908 besloten de kerkenraden van Krabbendam en Dirkshorn in het vervolg maar niet meer gezamenlijk een predikant te beroepen. Oorzaak van het uiteengaan was dat Krabbendam liever een predikant wilde die gestudeerd had aan Vrije Universiteit te Amsterdam en Dirkshorn de voorkeur gaf aan iemand van de Theologische School in Kampen. Hoe dan ook, Dirkshorn beriep kandidaat K. van der Beek (1883-1918) uit het Groningse Middelstum, die in Kampen had gestudeerd en van 1909 tot 1912 in Dirkshorn stond en toen naar IJlst vertrok. Daar overleed hij zes jaar later. Zijn opvolger stond zeven jaar in Dirkshorn. Na een vacante periode van ongeveer een jaar trad in 1913 namelijk kandidaat J.G. Feenstra (1888-1966) aan. Hij stond er lang genoeg om enkele belangrijke momenten in het kerkelijk leven van Dirkshorn mee te maken. Allereerst het vijftigjarig bestaan in 1917, dat natuurlijk in een kerkdienst en in een groot aantal gepeperde toespraken werd herdacht, compleet met een uitvoerig historisch overzicht. | ||
| terug | ||


16-08-2026
om
10 uur